Mr Frank Dessing
oud-Notaris

Na ruim 43 jaar in het notariaat gewerkt te hebben bij Maaldrink Notarissen, waarvan ruim 30 jaar als notaris, is Frank Dessing per 01-01-2018 dan toch met pensioen. Alle reden om samen met hem terug te kijken op de vele jaren bij Maaldrink Notarissen en alvast vooruit te blikken op zijn plannen. Een ding is zeker, bang voor het zwarte gat is Frank zeker niet.

Wanneer heb je besloten dat je 1-1-18 met pensioen gaat?

“Nou, dat is een beetje vloeiend gegaan. Ongeveer vier jaar geleden zij wij naar ons huidige pand verhuist. Ik zou die maand 65 worden. Ik dacht toen al, misschien is dit een mooi moment om te stoppen, maar de compagnons stimuleerden mij om door te gaan. Ik mocht dan zelf invullen hoe ik het hebben wilde. Toen dacht ik, dan is het misschien wel leuk om nog drie dagen per week wat te blijven werken. Dat werd eerst 2 jaar, toen, drie jaar en inmiddels ben ik al 4 jaar drie dagen per week aan het werk. Ik heb steeds gezegd, laten we het per jaar bekijken. In ons maatschapscontract heb je een half jaar opzegtermijn. Dus ik heb zo rond de afgelopen zomer aangegeven dat de kans groot is dat ik er aan het eind van het jaar een punt achter zet.”

Wat is je gevoel erbij?

“Het is natuurlijk een raar idee. Met enige weemoed ga je weg natuurlijk. Ik heb ruim 43 jaar het notariaat bedreven. Ik werd beëdigd tot notaris op de dag dat mijn middelste zoon 1 jaar werd. En die is 31 jaar. Dus ik heb ruim 30 jaar als notaris gewerkt.”

En je cliënten?

“Cliënten vinden het ook wel raar. Het begint hier en daar wel door te sijpelen nu. Ik had vorige week een echtpaar hier die ik ook al jaren ken en daar ben ik executeur van. Maar die mevrouw zei, niet iedere notaris is te vertrouwen en u vertrouw ik. Ik moet er wel heel erg aan wennen als u er niet meer bent. Sommigen vragen dan expliciet…, als u weg bent dan doet u de afhandeling toch nog wel voor òns? Dan zeg ik, als u niet te lang wacht met overlijden, dan misschien nog wel. Maar als u lang wacht, en ik ben in de tachtig, dan wordt het lastig. Maar dat begrijpen ze dan ook wel. Het is gewoon even wennen over en weer.”

Hoe ben je bij Maaldrink terecht gekomen?

“Ik zag een advertentie in de krant staan van vader Maaldrink die toen nog notaris en advocaat was. Hij zocht een kandidaat notaris. Maar er werd bij hem ook advocatuur bedreven, dus ik dacht toen, laat ik daar eens solliciteren omdat ik twee studierichtingen gedaan had en ik ook de advocatuur in kon gaan. Ik werd aangenomen, hoewel hij toen al  naar zijn pensioen toe liep. Ik dacht, we zien wel hoe het daarna dan weer loopt. Ik ben toen eerst ongeveer 4 a 5 jaar als kandidaat notaris bij hem werkzaam geweest. Toen hij vertrok kregen wij voor het eerst een maatschap van 4 personen. De andere drie vonden het kennelijk heel normaal dat ik daar ook in kwam ook al was ik toen nog kandidaat notaris. Ik vond dat wel prima. Ik rolde toen die maatschap in. En ik ben er niet meer uit gegaan. Inmiddels hebben we al ongeveer 15 jaar een maatschap van de huidige 3 notarissen.”

Wat trekt jou zo in het notarisvak?

“Als notaris moet je natuurlijk de rechtregels toepassen die je hebt geleerd of die je in de praktijk leert. Maar je gaat ook met mensen om. En met name dat aspect is in de familiepraktijk erg leuk. Ook niet altijd trouwens. Maar als je al wat langer meeloopt word je vaak de familienotaris. Je wikkelt nalatenschappen van grootouders af, op een gegeven moment ook die van de ouders. De kinderen daarvan komen weer met huwelijkse voorwaarden en testamenten naar je toe. Je weet dan heel veel over bepaalde families en dat heb ik altijd wel heel leuk gevonden. Maar je maakt ook ruzies mee die je dan moet oplossen. Ik heb de nodige kandidaat notarissen zien komen en gaan en de meeste zien er tegenop, die familiepraktijk. Die doen liever even een transportje. Dat is natuurlijk minder persoonlijk, of een BV-tje oprichten. Als je in zo’n ruzie belandt, moet je daar natuurlijk wel een beetje mee overweg kunnen. Wat kan ik zeggen, wat moet ik zeggen. Dat vergt wat meer ervaring misschien dan alleen onroerend goed overdragen. Maar ik houd ze dan altijd voor. Als je met pensioen gaat, dan vergeet je al die leuke BV-tjes en leuke transportjes, maar die merkwaardige familietoestanden, daar kan je nog wel wat leuke verhalen over vertellen. Dat blijft toch veel meer hangen.”

Heb je nog leuke verhalen uit je werk?

“Ik moet nu denken aan een boedel waarin een broer en een zus erfden. Er was een persoon in hun familie overleden. En die broer en die zus, dat boterde helemaal niet tussen die twee. Over alles werd moeilijk gedaan. Uiteindelijk kwamen we dan toch tot een concept akte van verdeling. Wel met allerlei extra clausules natuurlijk. Want het huis ging naar de broer, maar wat als hij het over een jaar zou gaan verkopen? Dus met allemaal clausules over hoe dan om te gaan met een meerwaarde etc. Toen kwam de zus voor de finale bespreking langs. En ze zei ineens, meneer Dessing, ik moet u iets vertellen. Ik heb laatst een droom gehad en daarin verscheen een boek, een hand en een vinger en die vinger wees naar dat boek. Ik ben naar een droomuitlegger gegaan en die zei, ze willen u iets laten tekenen en dat moet u niet doen. Terwijl ik de dame aankeek dacht ik, moet ik het nu echt tegen een droomuitlegger opnemen? En toen vroeg ik haar. Nou mevrouw, misschien dat uw droomuitlegger dan ook weet hoe we hier dan nu verder mee moeten? De mevrouw wilde er toch nog even een nachtje over slapen. Dus ik hoopte maar dat ze niet weer een nieuwe droom zou krijgen die nacht. Maar uiteindelijk begreep ze toch wel dat er iets moest gebeuren en heeft ze toch getekend.”

“Ik heb ook nog eens een keer een broer en een zus aan tafel gehad hier en die hadden ruzie over de asbus met de as van hun moeder. Die asbus was door die zoon opgehaald, en dat mocht natuurlijk helemaal niet. En die broer zei toen, wat moet ik met die as, ik heb het maar door de wc gespoeld. Nou, die zus die ontplofte gewoon aan tafel! En ik zat er met wapperende haren tussen. Maar het was gewoon pesten en jennen. Want hij had het helemaal niet gedaan. Vaak werkt het niet om ruziënde partijen bij elkaar aan tafel te hebben.”

Wat denk je dat je voor Maaldrink hebt betekend?

“Ik heb best wel veel ervaring opgebouwd in die familiepraktijk, en op andere rechtsgebieden. Dan werd ik wel hoe langer hoe meer de vraagbaak zeg maar. Tot op de dag van vandaag komen collega’s graag bij me langs, ook de kandidaat notarissen. Ik heb altijd veel aan opleiding gedaan van de kandidaten. Ik ben nogal rustig en geduldig van nature. Ik stuurde ze niet weg van ehh… ik heb geen tijd, of zoek het eerst zelf maar even uit. Ik had altijd wel tijd om ze even aan te horen. Als ik nu terug kom op kantoor op dinsdag komen ze graag langs om even te overleggen. Maar dat hoort er bij. Ik vind het ook altijd wel leuk om te horen waar men mee bezig is.”

 Wat wil je je collega’s meegeven voor de toekomst?

“Liefde voor het vak. Maar dat moet je natuurlijk ook wel van jezelf hebben wil je het werk leuk blijven vinden. Toch wel het klaar staan voor overleg. Niet altijd van dit is het en zo moet het. Je werkt met elkaar dus je moet als er eens wat is er samen proberen uit te komen. Niet te snel op strepen gaan staan, maar ook proberen te luisteren naar anderen. Je moet je proberen in te leven in een ander, waarom vindt een ander iets? Kijken of je er met een compromis uitkomt. Of laten we het anders eens proberen. We kunnen het later nog eens evalueren. Ik geloof dat ze die instelling van mij wel gewend zijn en hopelijk zetten ze dat een beetje door. Overlegstructuur is belangrijk. Je moet met elkaar in gesprek blijven en niet te vaak denken we praten wel als er echt eens iets is. Je moet wel van tijd tot tijd wat zaken doornemen samen en een beetje feeling houden met elkaar.”

“Je moet je ook niet teveel met het standpunt van één van de partijen vereenzelvigen. Ik zie dat collega’s nog wel eens doen. Die schuiven onbewust nog wel eens wat meer een bepaalde kant op. Aan de andere kant is het ook lastig. Je maakt nog wel eens mee dat één partij naar een advocaat stapt en de andere partij doet dat niet. Dan heb je nog wel eens de neiging om die laatste partij nog wat meer te helpen. Maar je moet dan toch alleen de zakelijke argumenten over en weer benoemen. Je moet een beetje boven de partijen staan.”

Heb je hobby’s?

“We hebben nog een optrek in Drenthe met nogal wat grond eromheen. Dus daar is altijd wat te doen. Ik moest laatst van mijn kleindochter een boekje invullen met vragen en één van die vragen was, wat wil je later worden? Ik heb neergezet ‘tuinman.’ Dus zij zei: “Opa, je bent toch al wat?” “Ik zei ja, maar dit word ik.”

“Mijn vrouw en ik gaan ook veel naar culturele dingen. We zijn allebei dol op muziek en gaan graag naar opera en toneel. Ook met de kinderen doen we dat wel. En we vinden het ook fijn om stedentripjes en reisjes te maken. Ik heb bijvoorbeeld een zus in Engeland waar we dan net geweest zijn. En mijn dochter werkt nu op de ambassade in Kazachstan, dus daar gaan we volgend jaar ook naartoe. Maar ik lees ook heel graag en wil me ook meer in dingen gaan verdiepen. Een aandachtsgebied is bijvoorbeeld de rechtsfilosofie. Ik zou best eens wat meer willen lezen over de grondslagen van ons recht. Waarom is het zoals het is?  Daar kom je nu eigenlijk helemaal niet aan toe.”

Wat is het eerste wat je gaat doen als je met pensioen gaat?

“Poeh, dat is een goede vraag. Nou, ik denk wel dat we in april naar Kazachstan gaan. En ik hoop dat we wat meer in Drenthe kunnen zitten. We hebben ook nog plannen om daar in de tuin nog het nodige te doen. Nu krijg je de tijd om eens wat langer te blijven en wat rustiger te bedenken wat we nog willen doen. Nu moeten we nog iedere keer op en neer reizen.”

“Wij hebben inmiddels ook al een paar jaar op woensdagavond tango- les om maar eens iets te noemen. Mijn vrouw vindt dat hélemaal het einde en nou ja, ik doe dan maar mijn best. Maar ja, blijven wij dat doen? Of gaan we dat in het oosten van het land doen? Daar hebben we het allemaal nog niet zo over gehad.”

Vindt je vrouw het eigenlijk fijn dat je stopt met werken?

“Nou, ja en nee eigenlijk. Ik ben natuurlijk wat langer aan het werk gebleven dan mensen in onze omgeving. Die roepen dan dat het zo fijn is met pensioen. En dan roep ik terug dat werken ook fijn kan zijn. Maar mijn vrouw heeft het er wel eens over dat als zij een vriendin op bezoekt, de echtgenoot van die vriendin er maar bij zit. En die bemoeit zich dan ook nog de hele tijd met zo’n gesprek. Nou, ik geloof niet dat ik zo ben. Ik wil best even een kop koffie mee drinken maar dan ga ik maar weer eens iets doen. Zij vraagt zich wel eens af of haar patroon in de war geschopt gaat worden door mijn aanwezigheid. Wat ze nog wel eens van andere dames hoort. Het wordt dus zeker niet alles samen doen. Zij heeft natuurlijk ook haar eigen dingen. En die moet ze vooral ook blijven doen natuurlijk.”

“Nee ik ben niet bang voor het zwarte gat. Ik heb al jaren vier dagen per week vrij. Maar ik heb me nog nooit één dag verveeld. Er is altijd wel wat te doen.”

Terug naar team

Dessing